De opengeklapte tent op ons dak, onze gerieflijke slaapplek, fungeert ook als een soort superoor. Geluiden worden gevangen en versterkt in dit wigvormige tijdelijke bouwsel van metaal en tentdoek. Na een stille nacht komt de dag tot leven met toenemend verkeerslawaai, hanengekraai, hondengeblaf en een enkel opstijgend vliegtuig. Het is gelukkig laagseizoen. Maar dat ondanks deze geluidsterreur de bescheiden roep van de Hop is te horen, maakt mij gelukkig.
Met de achtergelaten fietsen als onderpand én signaal naar nieuwkomers, verlaten wij tijdelijk onze plek om in de heuvels van het achterland te gaan wandelen. Na veel gekronkel over steeds stillere wegen arriveren wij in Javali, een kleine buurtschap met verspreid staande huizen. Kurkeiken, waarvan de bast al meerdere keren is geoogst, worden afgewisseld door sinaasappelbomen en bloeiende amandelbomen. De geur van houtgestookte kachels is een signaal dat er mensen thuis zijn.
Er is een wandelroute uitgezet met als thema plaatselijk veel voorkomende vogels. Onder andere de Wielewaal, de Blauwe Rotslijster en de Putter schijnen hier te broeden. Bordjes waarop steeds één soort wordt toegelicht en paaltjes met een gele streep wijzen ons de weg. Het is hier zó stil. Bijna geen wind en alleen vogelgeluiden. Wij zien geen mensen alleen één aardige vrouw die in het weldadige zonnetje een zelfgemaakt kussen afwerkt. Ze vraagt of wij Nederlanders zijn. Kennelijk is ze vertrouwd met onze tongval want ze zegt, wijzend naar een riant huis, daar wonen Nederlanders. Ze komen 1 februari weer terug.
Het is wel een prachtige plek om tot rust te komen of misschien moet je al op rust zijn om hier te kunnen wonen.
 |
| Javali I |
 |
| Javali II |
 |
| Javali III |
 |
| Ontkurkte kurkeik |
 |
| Huis van de Nederlanders |
Reacties
Een reactie posten